0%

Cyprus en de wijn van de Tempeliers

3

Als je rondrijdt over het zonovergoten eiland Cyprus verwacht je niet direct sporen van de roemruchte Tempeliers aan te treffen. Maar niets is minder waar. Ze zitten zelfs in de wijn. 

Tekst: Nathalie van Koot

Mijn zoektocht begint op een terras tegenover het middeleeuwse kasteel in de havenstad Limassol. Ik kijk nieuwsgierig om me heen en zie dat de geschiedenis hier letterlijk op straat ligt. Een archeologe staat op een meter onder straatniveau driftig stukken steen af te stoffen. Ik zit in de schaduw van een enorme Jacaranda boom met prachtige paarse bloemen. Dan wordt mijn aandacht afgeleid door de komst van mijn gids, Claudia Philippou. Om me in te wijden in het goede Cypriotische leven bestelt ze twee glaasjes wijn. En niet zo maar een wijn. “Weet je dat dit Commandaria is, dezelfde wijn die de Engelse koning Richard Leeuwenhart dronk tijdens zijn eigen bruiloft? Hier in het kasteel.” “Richard Leeuwenhart, hoe komt die hier?”, vraag ik verbaasd. Claudia neemt een slok van de (hele) zoete dessertwijn en begint te vertellen. “Eind twaalfde eeuw is Cyprus nog onderdeel van het Byzantijnse rijk, dat toen op zijn laatste benen liep. In 1191 komt het eiland bijna per ongeluk in handen van Richard Leeuwenhart. Als zijn verloofde Berangaria van Navarra schipbreuk lijdt, en op Cyprus belandt, wordt ze samen met Richards zus gevangen genomen. De vurige koning is woedend en verovert Cyprus. Opgezweept door de veroveringsdrang trouwt hij meteen met zijn geliefde in het kasteel van Limassol.”

De Jacaranda boom met zijn prachtige paarse bloemen.

De Jacaranda boom met zijn prachtige paarse bloemen.

We drinken ons glaasje leeg en besluiten de koelte van het kasteel op te zoeken. Hier is een interessante tentoonstelling over de roerige geschiedenis van het eiland. Claudia vertelt dat Richard zijn zinnen eigenlijk had gezet op de bevrijding van het Heilige Land.  Daarom verkocht hij Cyprus door aan de machtige ridderorde van de Tempeliers. De ridderorde was puissant rijk en volgens de verhalen telden ze een groot deel van de 100.000 goudstukken contant neer. De ridders hoopten de rest van het geld op te brengen door de bevolking af te knijpen met hoge belastingen, maar de eigengereide eilandbewoners dachten daar anders over en kwamen massaal in opstand. Heel even overwogen de Tempeliers om van Cyprus hun eigen staat te maken, maar na een jaar van weerstand en rebellie trokken ze hun lange baarden bijna uit van frustratie door hun onbesuisde aankoop. De orde vroeg Richard Leeuwenhart of hij het eiland wilde terugkopen. De sluwe koning was niet gek: Hij ziet zijn kans schoon, gaat met de Tempeliers in zee verkoopt het eilandje vervolgens meteen door met enorme winst aan de Frankische koning, Guy de Lusignan. De Tempeliers en hun aartsrivalen, de hospitaalridders van de Orde van Sint Jan, houden wel een aantal burchten. Zoals het imposante kasteel van Kolossi, net buiten Limassol. Als in 1291 het zand in het Heilige Land te heet onder hun voeten wordt is het kasteel van Kolossi zelfs het hoofdkwartier van de ridders. Ik ben inmiddels gefascineerd geraakt door de vechtmonniken. Daar wil ik naar toe! Zeg ik tegen Claudia.

Prachtige rots om vanaf te springen. Maar is het diep genoeg?

Prachtige rots om vanaf te springen. Maar is het diep genoeg?

’s Middags komen we aan bij Fort Kolossi. Het ligt op zo’n twintig kilometer van Limassol, aan de rand van een afgelegen dorpje. Het is niet zo maar een kasteel, want in de middeleeuwen hoorde het samen met de burchten van Rhodos en Malta tot de belangrijkste verdedigingswerken in de regio.

Als Claudia en ik bij het fort aankomen doet een warme föhnachtige wind grote stofwolken opwaaien waardoor het lijkt alsof we middenin een woestijn zijn beland. Ik wil bijna weer in de airco auto stappen, zo warm is het. Kijkend naar de sterke burcht met zijn machtige muren kan ik me goed voorstellen hoe het ten tijde van de Tempeliers moet zijn geweest. Een gevoel van nietigheid bekruipt me.

Het fort Kolossi was het belangrijkste verdedigingswerk in de regio.

Het fort Kolossi was het belangrijkste verdedigingswerk in de regio.

We lopen de weelderige tuin in. Het oorspronkelijke kasteel is gebouwd in 1210. De fundamenten zoals een waterput, zie je nog. Claudia wijst me op het natuurlijke middelpunt van de tuin; een eeuwenoude schaduwrijke acacia. De indrukwekkende boom gaat zo gebukt onder het verleden dat hij gestut moet worden door palen. Ik vraag me af wat deze boom allemaal voor drama heeft gezien de afgelopen eeuwen.

In eerste instantie werd Kolossi vooral gebruikt voor het verzorgen van gewonden. Later moest het fort niet alleen aanvallen doorstaan van de woeste Ottomanen, maar werd het gebied ook regelmatig door aardbevingen geteisterd. Daarom besloot de Groot Commandeur van Cyprus, Louis de Magnac, er in de vijftiende eeuw een stevige vierkante verdedigingsburcht van te maken, met kantelen en al.

We klimmen de toren naar boven waar we een schitterend uitzicht krijgen: citrusplantages, rijen cipressen en daarachter de zee die schittert in het felle zonlicht.

Restanten van oude (Tempelier) tempels vind je over het hele eiland.

Restanten van oude (Tempelier) tempels vind je over het hele eiland.

Claudia vertelt dat de kruisvaarders, die bekend stonden om hun handelsgeest, deze streek economisch tot bloei hebben laten komen. In de middeleeuwen is Kolossi zelfs een van de drie grootste suikerrietplantages van het eiland en de ridders zijn de drijvende kracht. Naast de burcht werpen we een blik op de overblijfselen van een suikerfabriek. Hier werd suikerriet verpulverd door molens die draaiden op water uit een nabijgelegen aquaduct.

De lokale zoete wijn werd waarschijnlijk al zo’n 5.000 jaar geleden op het eiland verbouwd, maar krijgt pas naam en faam in de tijd van de kruisvaarders. Ze zijn marketeers avant-la-lettre want de Commanderia (Κουμανδαρία in het Grieks) is een van ’s werelds oudste merknamen, door hen zelf bedacht.

Vis smaakt uitstekend bij de wijn van de Tempeliers.

Vis smaakt uitstekend bij de wijn van de Tempeliers.

De verzengende hitte verklaart waarom de vechtmonniken in hartje zomer vaak koelte zochten in de bergen. Net zoals de ridders destijds verruilen we deze kookpan voor het Troödosgebergte. Volgens Claudia vind je hier nog het authentieke Cyprus. Een van de favoriete plekken van de orde was het dorpje Vasa, midden in de wijngebieden van de Commandaria, de streek die naar de landerijen van de orde is genoemd.

De route vanuit Limassol naar de zuidelijke hellingen van het Troödosgebergte is wonderschoon en de wegen zijn uitstekend. Ik moet wel m’n aandacht er goed bijhouden want ze rijden hier links, een overblijfsel van de latere Britse overheersing. In het voorjaar is Cyprus erg groen en dan bloeien overal de meest kleurige en geurige bloemen. Ik ben er in het najaar en het imposante kale beige-witte bergmassief doet mij denken aan de Bijbeltekst uit Genesis: ‘en de aarde nu was woest en ledig’. Veel verder gaat mijn Bijbelkennis ook niet, maar ik denk wel dat ik nu snap waarom de kruisvaarders zich in deze streek thuis voelden. Deze omgeving lijkt sprekend op het nabijgelegen Heilige Land.

Cypressen wuiven zachtjes in de zilte wind.

Bomen wuiven zachtjes in de zilte wind.

We zijn precies in de goede periode want onder de prachtige herfstkleuren langs de hellingen tekent zich de druivenoogst af. Ik kan ze bijna ruiken.

Op aanraden van Claudia neem ik uitgebreid de tijd om de lokale wijnen te proeven bij de vele kloosters en wijnhuizen. Dat is heel makkelijk want er zijn maar liefst zes verschillende wijnroutes uitgestippeld. In het typisch Cypriotische dorpje Omodos, waar fotogenieke huisjes staan met blauwe luikjes en deuren omlijst met druivenbladeren, laat ik me opnieuw verleiden om een glas Commandaria te drinken. Er is een gezegde op Cyprus dat je het eiland proeft in een glas wijn. Dat smaakt dus naar veel meer!

Lees meer reisverhalen op Wideoyster.

 

 

 

Ga met ons mee op reis
Wil je de mooiste reisverhalen ontvangen van de beste reisjournalisten -en fotografen? Schrijf je dan nu in.