0%

De draken van Komodo

Varend van Flores naar de archipel der draken

4

Ze worden de draken van Komodo genoemd, de levensgevaarlijke hagedissen die een eilandengroep in Midden-Indonesië bewonen. Wekelijks zet de Clalynna Phinisi, een Indonesische schoener, vanaf het naastgelegen Flores koers richting de archipel van de draken. Deze week varen wij mee.

Tekst & beeld: Daan Vermeer

Terwijl de propellers minder toeren maken, glijdt een laatste vulkaan onder de vleugel door en verschijnen met turquoise wateren omzoomde eilanden onder ons. Nét voordat de wielen van ons propellervliegtuig de landingsbaan van Komodo Airport op Flores raken, vang ik een glimp op van een aantal tweemasters die in de baai van Labuan Bajo liggen, waarschijnlijk wachtend op een tocht naar de eilanden van het Komodo Nationaal Park.

Een tweemaster in de baai van Labuan Bajo wacht op een tocht naar nationaal park Komodo

Een tweemaster in de baai van Labuan Bajo wacht op een tocht naar nationaal park Komodo

 

Hoewel de vlucht vanaf Bali nog geen uur duurt, ogen de bewoners van Flores geheel anders: terwijl de Balinezen veelal steil haar en een bleek gezicht hebben, is het haar van mijn gids Fred kroezig en is zijn huid donker.

Voordat we naar de de omliggende eilanden varen, neemt hij me mee naar een nabijgelegen grot net ten noorden van de havenstad. Via een nauwte kruipen we de donkerte in. “Gebruik de zaklamp op je telefoon en probeer wat beesten te vinden. Zwarte spinnen, witte schorpioenen, vleermuizen, die wonen hier,” vertelt hij. We speuren de muren af en komen vooral versteend koraal en fossielen van zeeschildpadden tegen. Ooit lag de grot op de zeebodem, nu loopt de onderaardse ruimte alleen vol tijdens het regenseizoen. Helaas, op een langpootspin en voor mij onbekende insecten na, is het stil in de grot.

Als een octopus
Iets na vijven in de ochtend verbreekt het geronk van een dieselmotor de stilte in haven van Labuan Bajo. We gaan aan boord van de Clalynna Phinisi en varen de haven uit, de duisternis van de nacht in. Het deinzende schip brengt me weer in slaap, totdat daglicht door de met condens bedekte ruiten valt. Vanaf het buitendek tuur ik over nog diepblauwe golven, tot aan het uitgestrekte eiland Padar dat aan de horizon opdoemt. De dageraad maakt plaats voor een opkomende zon die het eiland en haar grassen felgroen kleurt.

Samen turen over diepblauwe wateren

 

De uitzichten vanaf het hoogste uitzichtpunt van Padar

 

Via een slingerend pad dat op een van de stranden begint, wandel ik van uitzichtpunt naar uitzichtpunt. Het kost wat zweetdruppels om het hoogste punt te bereiken, maar vanaf daar heb ik goed zicht op de schoonheid van het vulkanische eiland dat als een octopus in zee ligt. Vanaf een stompe berg loopt een handvol bergflanken namelijk als tentakels in zee. De baaien daartussen liggen bezaaid met gitzwarte stenen of liggen bedolven onder koraalrestanten die suikerwit maken. Padar is onbebouwd maar niet onbewoond; een familie Komodo-varanen zou nog in het oostelijke gedeelte wonen. “Verraderlijke beesten,” waarschuwt Fred, “We komen ze ongetwijfeld tegen op het volgende eiland.”

Fred pingelt wat op zijn gitaar aan boord van de Clalynna Phinisi

Fred pingelt wat op zijn gitaar aan boord van de Clalynna Phinisi


Slim, sloom & snel

Dolfijnen springen op uit het water naast ons terwijl we richting Loh Liang varen, het grootste eiland van het nationale park Komodo. Direct achter het strand ligt een waaier aan groentinten ligt over het eiland. En hoewel dat zandstrand er verleidelijk bij ligt, is het op twee herten na uitgestorven. Op het eiland ontmoeten we gidsen Isaak en Tatzuden. Ze bedrukken ons om rustig en stil te blijven, om de rustende varanen niet op te jagen. “De hagedissen zijn zowel sloom, snel als slim. Je weet nooit welke karaktereigenschap ze op een moment inzetten, dus bewaar een gezonde afstand. Nog geen twintig meter verderop spotten we het eerste van de 1200 beesten die op dit eiland leven, al zag ik het twee meter lange beest vanwege zijn schutkleuren pas veel later dan Isaak. Die blijft op een meter of 4 afstand staan, gewapend met een houten stok. Het beest met enorme klauwen ligt er levenloos bij – totdat een oog opent. Het is net een krokodil die voor dood op zijn prooi ligt te wachten. Hoewel deze varanen slechthorend en slechtziend zijn, zeker in het donker, ruiken ze hun prooi al op 5 kilometer afstand. Wij staan op nog geen 5 meter en daarom schrik ik wanneer de kop van het beest plots omhoog gaat en het richting gids Isaak stuift. Die rent op zijn beurt richting strand, met een visje aan zijn stok als lokaas. Met de reuk zit het wel goed en hopelijk heeft dit beest na een visje even geen honger meer.

Een meterslange varaan kruipt over het strand van Loh Liang

Een meterslange varaan kruipt over het strand van Loh Liang


Goede zwemmers

Verderop, verscholen tussen de grassen, ligt waarschijnlijk de oudste varaan van het eiland. Volgens Isaak is het exemplaar, vanwege de botten die bijna door de huid heen prikken, zo’n 40 jaar oud. “Hij gaat binnenkort dood, deze opa. Wanneer het zover is, zullen de andere varanen hem opeten. Vorige maand was een bezoeker uit Singapore trouwens het levende slachtoffer dat aangevallen werd,” vertelt hij sappig. “Nog voordat hij, zonder gids, het laatste huis van het dorp voorbij was, werd hij al in zijn kuit gegrepen.”

Deze oude varaan zal binnenkort opgegeten worden door zijn familie

Deze oude varaan zal binnenkort opgegeten worden door zijn familie

Gelukkig gebeuren zulke incidenten maar eens in de zoveel jaar en de sterke verhalen ten spijt: de meeste mensen overleven de beet tegenwoordig. Dat het speeksel zoveel bacteriën zou bevatten dat een prooi na wat dagen zou overlijden aan infecties, blijkt namelijk onwaar. Onderzoekers vonden enkele jaren geleden gifklieren in monden van deze draken en het bloedverdunnende gif dat daaruit komt, verlamt de spieren. Hoewel de Singaporees de aanval overleefde, heb ik ontzag voor deze prehistorische dieren.

Deze koraalwereld ligt op nog geen anderhalve meter diepte

Deze koraalwereld ligt op nog geen anderhalve meter diepte

In de baai van een naastgelegen eiland spring ik met een snorkelset en flippers van de Clalynna af. Een onderwaterwereld opent zich al op anderhalve meter diepte, kleuriger dan ik had durven hopen. Zo zwemmen oranje anemoonvisjes en geel met zwart gestreepte vissen bijvoorbeeld rondom het tafelkoraal, het waaiervormige steenkoraal en goudkleurige hersenkoraal. Een schol van glinsterende visjes passeert me en als ik even bovenwater kom, zie ik verderop wat dolfijnen tuimelen. Hoewel de Komodovaranen goede zwemmers zouden zijn, hoop ik dat ze vanmiddag vooral slomer dan slim zijn.


Praktische informatie

Ernaartoe
De toegangspoort naar de Komodo eilanden is het dorp Labuan Bajo, op Flores. Garuda Indonesia vliegt vanaf Amsterdam, met één overstap in Jakarta, naar het eiland vanaf € 820 retour. Goedkoper is om eerst naar Bali te vliegen (vanaf € 450 retour), daar te overnachten en met NAM Air of Wings Air door te vliegen (€95 retour, 1 uur). Bij aankomst in Indonesië krijg je gratis een visum voor 30 dagen.

Boottocht
Flores Komodo Tours biedt boottochten vanaf Labuan Bajo, uiteenlopend van dagtochten zoals wij maakten tot aan 5-daagse vaartochten met verblijf aan boord (in tweepersoonsbed met airco). Hun toers zijn inclusief luchthaventransfers en maaltijden, zie hier.

Informatie
De officiële website van het Verkeersbureau van Indonesië staat vol informatie en suggesties, zie: Indonesia.Travel

Lees meer reisverhalen op Wideoyster.nl

Ga met ons mee op reis
Wil je de mooiste reisverhalen ontvangen van de beste reisjournalisten -en fotografen? Schrijf je dan nu in.