0%

De ziltige zaligheid van Zeeland

1

We kregen de vraag of we met een Minor Offshore schip de geneugtes van Zeeland wilden komen ontdekken. ‘Het is zwaar werk maar iemand moet het doen’, dachten we hardop in koor. En zo geschiedde. Een verhaal over keizerlijke kreeft, goddelijke scheermessen en heel veel mosselen. De reis is tenslotte ook dichtbij. 

Tekst: Marco Barneveld | Fotografie: Rick Arnold

Het geratel van de machinerie is oorverdovend en zonder oordopjes letterlijk doofmakend. De vloer is vochtig en glibberig. Het zilte nat sijpelt door de openingen van de lopende band heen en drupt op bakken met kokkels, scheermessen en kleine krioelende krabbetjes. Miljoenen mossels beginnen hier hun reis naar hun laatste rustplaats in de hitte van pan of pot. Maar eerst moeten de verstekelingen gescheiden worden van de primaire lekkernij. Een stuk of twintig vrouwen ingepakt in hygiënische jassen, haar –en monddoekjes turen onafgebroken naar de ontelbare schaaldieren die langs komen glijden en pikken her en der alles wat niet mossel is eruit. De ongewenste fruits-des-mer gaan in de bakken onder hen. Voor straks. Om mee te nemen en op te eten of te verkopen als kleine bijverdienste. Goed. Toegegeven. Dit is écht zwaar werk.

We bevinden ons in Yerseke op de bovenste etage van Krijn Verwijs, schelpdierhandelaren sinds 1880. Iedere dag verwerken ze hier honderdduizend kilo mosselen voor consumptie. Iedere week verschepen ze vijfduizend kilo levende kreeft naar alle uithoeken van het land en verder over de grenzen. Als het Nederlandse kreeftenseizoen voorbij is, worden Canadese kreeften ingevlogen, verpakt met natte kranten en koelelementen. Tonnen oesters, coquilles en vongoles gaan op transport richting de, internationale, eindgebruiker. Ook dit is terechte Zeeuwse trots.

Bij Krijn Verwijs, schelpdierhandelaren sinds 1880.

Bij Krijn Verwijs, schelpdierhandelaren sinds 1880.

Het terras van restaurant De Vluchthaven in Bruinisse kijkt uit over een verlaten haventje. Ooit ging hier een pont, maar die werd door de komst van bruggen en het tolvrij worden van de Zeelandbrug in 1993 obsoleet. Deze Pipi Langkous-achtige brasserie is waarschijnlijk onze grootste Zeeuwse ontdekking: een culinair pareltje waarbij we bijna onze vingers hadden opgegeten ware het niet dat we die nog nodig hadden om dit artikel te tikken. Alleen maar kakelverse, biologische producten. Dat is het geheim van de Vluchthaven. Uitbaatster Rixt heeft een duidelijke visie: “Een tomaat die niet uit de platgespoten grond komt, maar met liefde en aandacht in het zonnetje mag groeien, heeft meer voedingswaarde dan een op glaswol gekweekte waterbom die is opgepompt onder kunstlicht. En een koe die ruimte, tijd om te groeien, liefde en eerlijk voedsel krijgt, geeft ander vlees dan die uit de bio-industrie. Het is een bewuste keuze dat de vis die wij serveren niet gekweekt is, maar in alle vrijheid heeft kunnen spartelen.”

Restaurant De Vluchthaven in Bruinisse is onze grootste culinaire ontdekking in Nederland sinds tijden.

Restaurant De Vluchthaven in Bruinisse is onze grootste culinaire ontdekking in Nederland sinds tijden.

Gelukkig is er in deze provincie een ruime keuze voorhanden; vis, schaal- en schelpdieren uit de Oosterschelde, schorren met zeegroente en steeds meer gepassioneerde boeren en telers die biologische dynamisch werken. Zelfs de boter smaakt hier bijzonder. Laat staan die kreeften die eerst vrolijk zwaaiend aan ons getoond worden alvorens hun leven te laten om onze smaakpapillen tot in de zenuwpuntjes te verwennen. Of de scheermessen. Subtiel geurend naar de rook van de houtskoolplaat waar ze heel eventjes op gebakken zijn. En dan met olijfolie, en een tikje azijn afgemaakt en besprenkeld met koriander. We kunnen er geen genoeg van krijgen. Zelfs als toetje komt er kreeft begeleid door enkele andere ziltige zaligheden en met een soort mango, roombotersaus. De laatste Oosterschelde kreeft van het seizoen. Hebben wij even mazzel.

Nu hadden we dat sowieso al. Het begon toen we een telefoontje kregen van Marnix Hameeteman van Nova Yachting in Bruinisse. Of we met een Minor Offshore de geneugtes van Zeeland wilden komen ontdekken. De Minor Offshore is een schip voor mensen die niet willen dat het nautische seizoen ooit ophoudt, die ook in herfst en in de winter op het water willen zijn, die ruwe zee comfortabel én met hoge snelheid willen trotseren. Hij wordt gebouwd in Ostrobothnia, een Finse regio. Logisch dat hier de beste All Season boten vandaan komen. Het kan ijzig spoken op de Baltische Zee. De vijfentwintig voets Minor is van alle gemakken voorzien. Een kleine pantry, zithoek en slaapplekken voor vier personen. Wilt u groter? Dat kan. De Minor is te verkrijgen tot zesendertig voet. In eerste instantie ziet de Minor er met zijn schuine kajuit een tikje bozig en plomp uit. Maar al snel komen wij tot de conclusie dat het een zachtaardig doch vliegensvlug beestje is. Snelheden van dertig knopen zijn gemakkelijk te halen. De Minor Offshore gromt en brult dan niet, maar zoemt bijna. De stabilisatoren, handmatig of automatisch houden het schip rustig. Ook als we met een tikje meer dan de toegestane snelheid over de hakkerige golven van de Oosterschelde blazen vanuit Jachthaven Bruinisse richting Yerseke.

De Minor Offshore is een schip voor mensen die niet willen dat het nautische seizoen ooit ophoudt.

De Minor Offshore is een schip voor mensen die niet willen dat het nautische seizoen ooit ophoudt.

Henk Gravestein van Jachthaven Bruinisse is een trots man. Als projectmanager van de nieuwbouw van de Jachthaven heeft hij overall over mee –en nagedacht. “Het zijn die hele kleine dingen die het voor de bezoeker zo leuk maken hier te zijn,” vertelt hij. “Neem de lijnen op de weg bij de parkeervakken. Die heb ik zelf bedacht.” We zien niet de gebruikelijke strepen maar een combinatie van speelse tekeningen. Een kreeft, een zeepaardje. “Het leuke is dat er veel beter wordt geparkeerd binnen de lijnen dan normaal,” weet Henk grijnzend. “Ga jij maar eens in tegen je kind als het roept dat je niet bovenop de kreeft moet parkeren.” Hij geeft ons een rondleiding over het prachtige terrein. Strakke leistenen tegels, gericht halogeenlicht. De herentoiletten zijn piekfijn in orde. “Kijk nu maar even bij de dames,” lacht Henk. Ook hier dezelfde strakke leistenen en het gerichte halogeenlicht. Maar de wastafels en het licht rondom de spiegels zouden niet misstaan als kleedkamer voor een beroemdheid. “Vrouwen vinden dit leuk. Daar is over nagedacht.” De jachthaven heeft negenhonderd ligplaatsen. “We kunnen uitbreiden naar twaalfhonderd,” vertelt Henk. En het loopt storm. “De afgelopen zomermaanden hebben we tienduizend extra schepen gehad. Dat zijn dus ongeveer veertigduizend extra passanten.” En dat terwijl de jachthaven toch best aan de prijs is met € 2,20 per  strekkende meter boot exclusief watertoeristenbelasting. Maar, daarvoor mag je wel gratis gebruik maken van de toiletten en lig je in een jachthaven die werkelijk van alle gemakken voorzien is.

Ja, dit stond echt op tafel. En we hebben het volledig opgegeten. Geef ons ongelijk.

Ja, dit stond echt op tafel. En we hebben het volledig opgegeten. Geef ons ongelijk.

De oesterputten in Yerseke geven een pittoreske doch vroeg industriële aanblik. Als je een beetje in de historie duikt, klopt dat ook. De putten zijn veelal rond 1870 gebouwd, in de tijd dat men hier begon met oesters kweken. De kweekvijvers werden gefinancierd door enkele rijke industriëlen met een voorliefde voor oesters. Het legde Yerseke geen windeieren. Dankzij de oesterteelt kreeg het dorp met een geweldige economische opbloei te maken en werd het wel het Zeeuwse Klondike genoemd, naar een Amerikaans gouddelversstadje tijdens de goudkoort. De oesterputten lijken wat vervallen, maar ze zijn in vol gebruik. “We wisselen hoog en laag water af in de putten,” vertelt Danielle Westerweel van Krijn Verwijs. “Dat is eigenlijk fitness voor de oesters. Op die manier trainen ze de spier die de schelp bedient. Als ze een sterke spier hebben, gaan ze tijdens het transport niet open en blijven ze langer goed.”

De oesterputten in Yerseke.

De oesterputten in Yerseke.

Met de Minor Offshore zetten we koers naar Burghsluis. Onderweg passeren we de magistrale Zeelandbrug die met zijn meer dan vijf kilometer lengte Schouwen-Duiveland met Noord-Beveland verbind. Op de Roggenplaat zien we honderden zeehonden liggen. Helaas mogen we niet dichterbij gaan. “Allemaal natuurreservaat,” weet schipper Remy Flohil. “Op de Ooster aan de buitenkant van de Brouwersdam, de noordkant van het Grevelingenmeer, daar mag je wel komen. Ik ga daar soms kitesurfen. Als je op de Ooster op het zand gaat liggen komen de kleine zeehondjes, nieuwsgierig als ze zijn, soms wel tot op dertig centimeter afstand aan je snuffelen.” Wat opvalt, is dat het rustig is op het water van de Oosterschelde. Ondanks het prachtige weer. Zonnetje, lekker briesje. Stevig maar ook weer niet té stevig. Remy weet wel waarom. “Veel mensen vinden het moeilijk water door de stroming. Mensen die niet vaak zeilen vinden het Grevelingenmeer veiliger.”

We varen de haven van Burghsluis in. Waarschijnlijk de meest gezellige haven van Nederland.

We varen de haven van Burghsluis in. Waarschijnlijk de meest gezellige haven van Nederland.

Wanneer we bij Burghsluis de haven invaren worden we begroet door Dave Borstlap, de vrolijkste havenmeester die we kennen. Een passende man bij wat waarschijnlijk de meest echte, knusse jachthaven is die Zeeland rijk is. Met een paar geleende fietsen rijden we over de dijk, de wind in de rug. De neergaande zon doet het water oranje oplichten. De zee zit in de lucht. De Plompe Toren staat op de uitkijk langs de dijk. Het is het laatste restant van het Schouwense dorp Koudekerke, dat eind 16de eeuw in de golven verdween. Ondanks dat er van Koudekerke naast de Plompe Toren niets meer over is, staat er toch een wit plaatsnaambord. Dat maakt van Koudekerke het kleinste plaatsje van Nederland.  Wellicht komt het nog een keer te pas bij Triviant.

Kokkeltje iemand?

Kokkeltje iemand?

Een wijntje op het dek van de Minor smaakt goed na een fikse fietstocht. De sterrenhemel is hier nog echt aanwezig en schittert magistraal boven onze hoofden. Liggend op onze rug, kijkend naar de eeuwige kosmos, terwijl het kabbelende water tegen de Minor klotst en een zachte zomerbries de nacht tot aangename temperaturen verkoelt, is het amper te bevatten dat we in Nederland zijn. Zeeland heeft die gave. De gave om je het gevoel te geven echt op reis te zijn. Ergens anders. Ver weg. Terwijl vanaf waar we zijn het krap een half uur rijden is naar Rotterdam. Gemoedelijk. Zou het te maken hebben met het feit dat dit stuk Nederland zich tot ver in de vorige eeuw vanwege lastige bereikbaarheid toch in een soort isolement heeft bevonden? Dat de gejaagdheid van het dagelijks leven hier slechts mondjesmaat naar binnen sijpelt? Dat die waterkering en al die dijken ook dat tegenhoudt? Ach ja, niets beter dan een paar glazen wijn om de filosofie op gang te krijgen.

Mosselman Evert van de mosselkotter ZZ6.

Mosselman Evert van de mosselkotter ZZ6.

Voor mosselman Evert van de mosselkotter ZZ6 is dit alles gewoon dagelijkse kost. De middeleeuwse gevels aan de kade van Zierikzee zijn in het gouden zonlicht gevat. Evert rommelt met wat touwen. Hij bestiert een aantal natte akkers op de Oosterschelde en het Wad. Natte akkers omdat mosselvissers eigenlijk mosselboeren zijn. Kwestie van planten en oogsten die mosseltjes. “We halen onze grondstof op het wad. Die grondstof is het mosselzaad. Soms vang je daar veel van. Een ander jaar weinig. Dan weet je ook direct of je drie jaar later een goede oogst hebt. Het mosselzaad wordt verzaaid op de akkers op de Waddenzee, daar groeien ze twee jaar. De jonge mosselen oogsten we en zetten ze nog een jaar uit in de Oosterschelde, dan mogen het Zeeuwse mosselen heten, en dan oogsten we wederom. Per keer dat ik uitvaar haal ik ongeveer vijftigduizend kilo op. De prijs van mosselen is variabel. Dat hangt van de grote af, stevigheid van het vlees en de hoeveelheid mosselen die aangeboden wordt. De prijs varieert tussen de € 0,40 cent per kilo en de € 3,50 per kilo. Maar bij € 3,50 ben ik een heel erg gelukkig man,” lacht Evert breed.

Iets zegt ons dat deze kreeft geen lang leven meer beschoren is.

Iets zegt ons dat deze kreeft geen lang leven meer beschoren is.

“Hi Flip,” lacht schipper Remy naar de havenmeester van Zierikzee. Ons kent ons hier in Zeeland. “Leg hem maar tegen de ZZ9 aan,” roept Flip vrolijk terug. We knopen de Minor vast aan de kotter en zetelen ons bij Brasserie Maritiem aan de Nieuwe Haven. Het wordt een spannende zinnenprikkelende wedstrijd wat het beste lunchgerecht is. Worden het, om maar eens lekker bij het Zeeuwse goud te blijven, de Zeeuwse Mosselen: uit de oven, met broodkruim, kruidenboter en Parmezaanse kaas. Of gaat het toch de Tataki biefstuk worden: in de oven gebakken biefstuk met Japanse garnituren geserveerd met een streepje soja en een toefje wasabi? Ach, hoeveel mosselpraat kan men in twee dagen verdragen? Veel. Dus we nemen beiden. We zijn hier tenslotte om de Zeeuwse geneugten tot op de bodem te testen.

Heel eventjes geven we vol gas en planeren met dertig knopen over de Oosterschelde.

Heel eventjes geven we vol gas en planeren met dertig knopen over de Oosterschelde.

Wanneer we met de Minor Offshore terug koersen naar Bruinisse, kunnen we het niet laten om de wetten nog heel eventjes aan onze laars te lappen. Heel eventjes geven we vol gas en planeren met dertig knopen over de Oosterschelde, de Zeeuwse wind in onze haren. Wat een schip. En wat een mooi stuk Nederland. Dit gedeelte van Zeeland is eigenlijk in zijn geheel, terechte Zeeuwse trots.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over de Minor Offshore? Neem contact op met Nova Yachting: www.novayachting.nl/info@nova-yachting.nl. Zin in Tataki biefstuk? Www.brasseriemaritime.nl. Reserveren bij de Vluchthaven? Even geduld. Ze zijn van maart tot en met oktober geopend: www.devluchthaven.nl. Met stip een aanrader.

Lees meer reisverhalen op Wideoyster.nl

 

Ga met ons mee op reis
Wil je de mooiste reisverhalen ontvangen van de beste reisjournalisten -en fotografen? Schrijf je dan nu in.