0%

Op knappen

Bloesem kijken in Haspengouw

2

Een weekend fietsen in Haspengouw is, volgens Harm Edens, net zoiets als tien minuten naar de Kamasutrabeurs. Als je net een beetje opgewarmd bent, je spieren staan lekker strak en je hebt er helemaal zin in… Dan moet je weer naar huis.

Tekst: Harm Edens

Daar kwam nog bij dat alles op knappen stond. Het was 17 graden, helaas was de wind nog 5 graden onder nul, maar dat is binnen een paar jaar door de opwarming van de aarde gelukkig beter, en achter de hemel en onder de aarde en in de meertjes en tussen de grassprieten bolde de lente op. Je kon het bijna horen. Hier ben ik. De lente van 2017. Laat me eruit. Haspengouw is de Belgische Betuwe. Lieflijke heuveltjes boordevol fruitbomen. En al die bomen stonden bijna in bloei. Bijna. Overal de kleine witte puntjes van de ontluikende bloesem. Bijna was het helemaal spierwit. Nog een paar dagen, nog een week en dan zou het openbarsten. Wat een verwachtingsvol landschap. Misschien nog wel mooier dan wanneer het al gebeurd was. Nu moest alles nog komen. Nu moesten mijn hersenen zelf het beeld bedenken hoe het eruit zou gaan zien. En die maakten het misschien nog wel schitterender en witter.

Haspengouw is een droom van een bloesemlandschap.

Haspengouw is een droom van een bloesemlandschap.

Tussen al die boomgaarden en dorpjes ligt een prachtig fietspadennet, waar we naar hartenlust pedaleren. Het begon met De ontvangst in Hoevehotel Karrehof in Batsheers. Een grote hoeve, smaakvol verbouwd, waar gastvrouw Isabelle ons welkom heet op de zonovergoten binnenplaats en ons uitnodigt voor een lunch, door haar zonen bereid met uitsluitend lokale producten. Daar worden we ook voorgesteld aan Daniëlle Houbrechts, een kruidendeskundige die ons die middag verantwoord op sleeptouw zal nemen.

De bloedworst met appel is verrukkelijk en voor de rest ga je zelf maar proeven. Ik vind restaurantrecensies vaak een beetje treurig. Zonder geur en smaak proberen iets weer te geven met alleen zwarte lettertjes heeft iets wanhopigs. Het zou voldoende moeten zijn dat de recensent kiest uit drie categorieën: moet je doen, kan je doen als je niks beters kunt verzinnen en moet je niet doen. Regio-lunchen in de Karrehof is moet je doen.

Haspengouwse fruitvlaaien zijn om van te smullen.

Haspengouwse fruitvlaaien zijn om van te smullen.

Daniëlle woont in Opheers, in een hoeve waarvan het stalgedeelte nog overeind staat en het woondeel lang geleden is ingestort. Dat was wel mazzel voor haar, want nu heeft ze een schitterende binnentuin en drie keer raden wat ze daar verbouwt: juist kruiden. Opheers en Batsheers doen me denken aan Villa Riba en Villa Bacho uit een zwakzinnige Nederlandse commercial van jaren geleden.

Terwijl ze in Villa Riba al lang aan het feestvieren waren, stonden ze zich in Villa Bacho nog een ongeluk te schrobben op de gigantische paëlla-pan, omdat ze een inferieur afwasmiddel gebruikten. Maar wat er in Spanje wel klopt, klopt in België niet. Villa Riba lag boven op de heuvel en Villa Bacho in het dal. Om van Batsheers naar Opheers te komen, neem je het enige straatje dat er is en ga je bergafwaarts. Of misschien klopt dat ook juist wel weer, omdat dit België is.

Wandelen tussen de bloesems in Haspengouw.

Wandelen tussen de bloesems in Haspengouw.

Daniëlle laat ons zien wat ze allemaal voor toverkunsten in huis heeft. Hoe ze hoestdrank kan maken van de groene dennenappeltjes van de grove den, te herkennen aan twee grote naalden die uit een scheut komen. Andere dennen werken niet, want dan ben je misschien wel van je hoest af, maar dan doen je nieren het ook niet meer of ben je voor altijd vergeten waar je woont.

Veel van haar dranken en brouwsels zijn op jenever-basis. Ik hoor u al denken, maar nee. Ik verzeker u, de hoest gaat niet weg omdat u de prikkel hebt verdoofd met de alcohol. In Nederland hadden we vroeger Klazien uit Zalk. Die deed veel op rijm. ‘Heb je last van zware krampen in je darm, stop een rouw ui onder je arm.’

Hoe mooier de rijm, hoe geneeskrachtiger het geadviseerde product. De Limburgse kruidenvrouw is gediplomeerd herborist en doet wat minder op rijm. En dat is maar goed ook, want ze is zelfs auteur van vele dikke kruidenboeken.

Langs de route vind je prachtige wijnkastelen met dito wijn.

Langs de route vind je prachtige wijnkastelen met dito wijn.

In Rijkel, schuin achter de begraafplaats naast het 16e-eeuwse kasteel is een bron, die door de eeuwen heen door bedevaartgangers werd en wordt bezocht. In voorchristelijke tijden werden hier en in twee verderop gelegen dorpjes de drie schikgodinnen vereerd, die met z’n drieën, zo luidde het verhaal, beslisten over leven en dood. Als je vlakbij de bron gaat staan en je concentreert je, dan voel je de energie uit de aarde omhoogtrekken in je benen en armen.

Alsof je in een menselijke oplader staat. Twintig minuten later had ik nog tintelende wintertenen. Ik snap wel dat dit een goeie plek was voor schikgodinnen. Een plek met onzichtbaar schrikdraad. Maar toen heel België langzamerhand katholiek was geworden, zaten ze een beetje in hun maag met al die heidense gebruiken. Gelukkig stopte er op een goeie dag een koopman, met een kar vol heiligenbeelden uit Noord-Frankrijk. Hij was een beetje de weg kwijt. Misschien de verkeerde hoestdrank genomen. Snel werden in de drie dorpen de drie schikgodinnen vervangen door de heilige Genova en nog een andere Italiaanse dame en in Rijkel kregen ze Eutropia. Ze werden ook ineens zusters van elkaar en klaar was Kees. Zo heette de kapelaan toen, denk ik. En in de kerk tegenover het kasteel staat Eutropia nog te pronken. Als we aanbellen bij het huis ernaast, doet een hele lieve broze non de kerk voor ons open en mogen we op zaterdagavond uitgebreid rondkijken. Wat een heerlijke kleine moeite, die groots aanvoelt.

En dan te bedenken dat je over een paar uur aan kunt schuiven als je nu gaat rijden.

En dan te bedenken dat je over een paar uur aan kunt schuiven als je nu gaat rijden.

Ook de 12e-eeuwse kapel van Helshoven is zo een gekerstende plek. In oude tijden werd hier de aardmoeder vereerd, die zorg droeg voor alle overleden zielen. Belangrijk werk, dat vonden ze ook toen al. Nadat de Paus de baas was geworden over alle Belgen, werd er een kapel gebouwd op de heilige plek. Ondertussen bedachten ze dat, als een kind niet gedoopt was en het ging dood, dat het dan nooit rust zou vinden en voor altijd moest dwalen als dwaallicht. Iets ergers was er niet denkbaar. Dus verzonnen ze een truc, daar zijn katholieken erg goed in. De ouders moesten met hun overleden kindje een noveen doen. Negen dagen lang naar de kapel komen en bidden. En als er dan iets aan het kindje bewoog, een haarlok in de tocht of een wang die ineens inviel, dan was dat het bewijs dat het kindje weer levend was geworden. Razendsnel werd het dan gedoopt en meteen daarna ‘stierf’ het weer. Nu kon het wel in gewijde grond worden begraven. Wat erg om 9 dagen te moeten zeulen met je dode baby, denk ik eerst. En misschien een heel bijzonder rouwproces, denk ik later. En wat jammer dat ik niet katholiek ben.

Picknickplaats met zicht op Haspengouw.

Picknickplaats met zicht op Haspengouw.

‘s Avonds eten we lekker in Vechmaal (moet je doen) en de hele zondag fietsen we door Haspengouw. Een mooi intiem gebiedje, op veel plaatsen onbedorven en buiten de bloesemfeesten onwerkelijk rustig. Al fietsend met veel wind tegen werden de afstanden langer en langer. Je kunt je er ongetwijfeld een week lang in het zweet trappen zonder dat je twee keer over hetzelfde paadje moet. Haspengouw is veel groter dan je denkt. Er zijn meer fruitbomen dan je denkt. De voldoening na zes en een half uur fietsen is veel intenser dan je denkt. En, zoals Klazien zou zeggen, heb je rouwe plekken op de poeperd, neem dan een rauwe ui, maar wel een knoeperd.

België is een groot land. Niet veel mensen weten dat. Ik wel. Daar ben ik eind jaren tachtig achter gekomen. Dat ging als volgt. De meeste Nederlanders die hun eerste schuchtere stappen in België zetten – en zo ook ik – draven een weekendje wildplassend door Antwerpen of huren een huisje in de Ardennen. Ik koos voor optie twee.

De Haspengouw is de Betuwe van België.

De Haspengouw is de Betuwe van België.

Harm en ik… Voor de argeloze lezer: mijn vriend heet ook Harm. Ik hoor u denken: hoe kun je het zo uitkiezen. Hoe krijg je het voor elkaar. Tja. Maar anyway.

Harm en ik hadden een huisje in de Ardennen gehuurd. Waar weet ik niet precies meer, maar er stonden ongelooflijk veel dennenbomen. Het was een blokhut-achtig gebouwtje met een grasveldje ervoor en natuurlijk een echt Ardens uitzicht op nog veel meer heuveltjes. We hadden ook onze vriendin Mieke uitgenodigd, operazangeres en natuurliefhebster wat een erg goede combinatie is voor wandelen in een heuvelachtig landschap. Af en toe de Sound of Music om je heen, met authentieke echo zonder dat die irritante oordopjes van je iPod steeds uit je hoofd lazeren.

Mieke had nog een optreden op zaterdag en zou een dag later met de trein komen. Zo goed als ze een partituur kan lezen, zo slecht is ze met dienstregelingen. Ergens op een station ging het fout. Ze stapte in een verkeerde trein en kwam daar pas twee stations later achter. Het voordeel van operazangeressen is dat ze heel overtuigend zielig kunnen doen. Mieke ging naar de stationschef en legde hem luid en indringend uit dat ze nu vier plaatsen overdwars moest omdat het anders heel erg slecht af zou lopen met haar en met de wereld. En de stationschef aarzelende geen moment meer, gooide het portier van z’n auto open en scheurde met Mieke naar het goeie station. Alwaar de trein net was vertrokken en de achtervolging rücksichtslos werd ingezet. Zeven stations verder haalde de auto eindelijk de trein in en werd die tot stoppen gemaand.

Nou, vooruit. Nog een plaatje met van die fantastische bloesems.

Nou, vooruit. Nog een plaatje met van die fantastische bloesems.

Om tien voor 12 stapte Mieke met de lome gratie van een gevierde diva uit de lokale boemel en reden we naar ons hutje. Het treinverkeer in heel België was nog dagen volkomen ontregeld, maar zij was gearriveerd. In Nederland zou zoiets ondenkbaar zijn geweest. In België leek het bijna vanzelfsprekend. Wat een land. Wat een mooie, bescheiden, ingetogen grootheid.

Kon ik nee zeggen toen ik gevraagd werd om samen met Harm een weekend te gaan fietsen in Haspengouw? Ja, theoretisch had ik beschaafd kunnen weigeren. Maar sinds bovenstaand verhaal kan ik het woord België niet horen of ik sta al steigerend bij de deur.

Meer vind je meer informatie over Haspengouw. Lees meer reisverhalen op Wideoyster.

 

Ga met ons mee op reis
Wil je de mooiste reisverhalen ontvangen van de beste reisjournalisten -en fotografen? Schrijf je dan nu in.