0%

Over de Braziliaanse wateren

Van Amazone naar droomstrand

1

Zonder de Águas de Março, geen Braziliaanse bossanova. En zonder die stortbuien van maart ook geen Amazone. We volgden het rivierwater door ’s werelds grootste regenwoud en belandden uiteindelijk op Fernando de Noronha, een vulkanische eilandengroep in de oceaan. Reis mee door jungle, over het water en naar de stranden.

Tekst & beeld: Daan Vermeer

Bij Manaus mondt de Rio Negro, met water zo zwart als koffie, uit in de Amazone. De Rio Negro mag dan vrij onbekend zijn, toch is hij zo reusachtig dat we vanaf de boot waarop we zitten de oever niet kunnen zien. En dat terwijl de buien van maart nog moeten vallen. In een sukkelend tempo brengt de houten boot ons verder stroomopwaarts. Zodra de stad achter ons ligt, opent zich het decor van het grootste regenwoud ter wereld. Bomen met kruinen als struikjes broccoli reiken tientallen meters hoog in de vochtige lucht. Lianen en struiken verbinden het groenpalet waaraan we voorbij varen. Naast ons zit Marco, een visbioloog die al ruim twintig jaar het dierenleven in de Amazone bestudeert. “Elk jaar, tussen januari en juni, valt er zo veel neerslag dat een gebied drie keer zo groot als Spanje onderwater komt te staan,” vertelt hij. Langzaam varen we een zijtak van de machtige rivier op, waarna een doolhof aan kreken, meren en aftakkingen volgt. Uiteindelijk leggen we aan bij het Ecopark Jungle Lodge, een bungalowpark dat voormalige houtkappers een baan geeft en waarvan de opbrengst wordt besteed aan biologisch onderzoek.

Op-de-langzame-boot-op-naar-de-Amazonerivier

Op de langzame boot op naar de Amazonerivier

“Laat je tanden niet zien en luister,” waarschuwt Marco ons als we hem door het woud volgen. Geritsel in de bomen, gevolgd door gekrijs en razendsnelle schimmen in het bladerdak. Dichterbij gekomen, zien we een paar grijze apen met dikke buikjes. “Rijke mensen, vooral in het Midden-Oosten, betalen grof geld voor zo’n wolaapje. Uiteindelijk zijn ze binnenshuis onhoudbaar en komen ze – met geluk – weer hier terecht.”

Twee nieuwsgierige wolapen

Twee nieuwsgierige wolapen

Plotseling doet Marco een stap terug. Hij kijkt gespannen en een seconde later begrijpen we waarom. Een reusachtige aap slingert zich in onze richting. Het is de leider van de groep en dat wil hij ons duidelijk maken. Terwijl Marco op hem inpraat, verschijnen overal beesten. Een staartloze kameleon kruipt door het zand en toekans glijden door de lucht. Marco weet de aap weer in de boom te krijgen en wij zijn ons bewust van onze plek in de hiërarchie van de jungle.

Deze rood-gezicht slingeraap stond voor ons op de uitkijk.

Deze rood-gezicht slingeraap stond voor ons op de uitkijk.

Tegen de avond varen we weer uit, nu met een kano. Er staat een frisse wind en al gauw staat het kippenvel op onze armen. Dat weten piranha’s, anaconda’s en andere dieren met aanzien die hier wonen vast ook. Dat gevoel wordt versterkt als we wankelend een zijtak van de zwarte rivier opvaren. Met een zaklamp schijnt de gids over het water, in ogen van beesten. “Kaaimannen en slangen,” fluistert hij. De beesten zelf verstoppen zich zodra we dichterbij komen. De kano wurmt zich door het bladerdak en takken weerspiegelen in het rimpelende water, waardoor het lijkt alsof er slangen door het water kronkelen. Behalve het gekwaak van trompetkikkers, die strijden om de gunst van vrouwtjes, kunnen we de meeste geluiden niet plaatsen. Maar dat hoeft ook niet, we genieten zo ook wel van het Dolby Surround-systeem aan junglegeluiden.

In regenkleding volgen we de gids over het pad door de jungle. Hij is gewapend met een machete. Om de paar meter wijst hij ons op iets. Bijvoorbeeld op de wilde guavevruchten en de tientallen palmsoorten. Zo zien we een spookpalm die, door telkens op een andere wortel te staan, door het woud loopt. Of een kauwgomboom, waarop wit poeder kleeft dat naar menthol ruikt. Deze jungle herbergt een schat aan bomen. Niet zo verwonderlijk dat parfumfabrikanten hier naar de essentie van hun geur zoeken. “Het gaat zo hard regenen,” weet de gids ons te vertellen, “de vogels zijn stil en de mieren lopen driftig heen en weer.” Inderdaad, een paar minuten later tikt de regen op het bladerdak, zo’n 20 meter boven onze hoofden. Het duurt even voordat het water er is doorgesijpeld. Maar zodra dat is gebeurd, is er geen houden meer aan. Het pad waarop we lopen, verandert in een modderpoel.

Per vliegtuig volgen we urenlang met de Amazone mee, die al slingerend door het woud de Atlantische Oceaan opzoekt. Als er eilanden opduiken zetten we de daling in naar Fernando de Noronha. Camera’s en neuzen worden tegen vliegtuigraampjes gedrukt om geen rots van deze tropische archipel te hoeven missen. Onbewoond was deze tropische archipel, tot het ergens in de 17e eeuw een plek voor gevangenen werd. Sinds kort is Fernando bewoond en verbindt één weg het natuurpark in het westen met het haventje en dorp in het oosten. Het huidige gemeentehuis aldaar, met veranda’s, pilaren en roze muren, was ooit het hoofdkwartier van de gevangenis. De ‘Nossa Senhora das Remedies’, een katholieke kerk gebouwd van kalk en walvisolie, staat er sinds 1772 om de hoek. Vanaf het altaar kijken we, via de deur, op de ruïnes van een fort. De historie daarvan gaat terug tot aan de tijd dat Nederlanders hier heersten, maar het uitzicht is pakkender. Staand naast de verroeste kanonnen, turen we over de baai waarin surfers wachten op de juiste golf om hen weer terug te brengen naar het strand. Het gebruis van de oceaan weergalmt ritmisch via de kliffen. Gek genoeg zijn we de enige hier en dat geeft een machtig gevoel, zeker nu voor ons de zon langzaam wegzakt in het water.

Samen-de-zonsondergang-bekijken-Praia-do-Cachorro

Samen de zonsondergang bekijken over Praia do Cachorro

Tegen zonsondergang leeft het wel op het strand beneden, op Praia da Conceiçao. Stelletjes met kind of hun hond, surfers en beachvolleyballers zoeken daar caipirinha’s en de bossanova op bij de strandbar. En zodra de eerste sterren zichtbaar zijn, schuift iedereen wat traptreden op, naar de 300 jaar oude kerk in het dorp. In de kerktuin aanbidden ze elke avond live-muziek. Zo speelt ’s zondags een lokale band sambamuziek onder het afdakje. Het meest gemixte publiek denkbaar, van de oma met haar kromme rug tot aan de surfers op slippers, swingt in de openlucht en met bierflesjes of cocktails in de hand op de muziek van Brazilië.

Het strand van Conceiçao

Het strand van Conceiçao

Als we talloze websites en tijd- schriften mogen geloven, brengt een wandeling door het nationale park ons de dag erop richting ’s wereld mooiste strand. We passeren mulungubomen, die ooit stiekem door gedetineerden werden gebruikt om boten van te maken. Wat zij niet wisten, is dat het hout van de boom zich binnen een dag volzuigt met zeewater. Over een vlonder van een kleine kilometer lang lopen we naar een kloof. Eenmaal daar dalen we via een ladder af naar het maagdelijk witte zand van Baia do Sancho. Wat direct opvalt, is haar ongelofelijke schoonheid: werkelijk geen blikje, peukje of miniem snippertje afval is er te vinden. Direct achter het strand stijgen de kliffen omhoog. Dat geeft zowel een behaaglijk gevoel als een onwaarschijnlijk mooie baai.

Gekleurde visjes vergezellen ons tijdens het snorkelen.

Gekleurde visjes vergezellen ons tijdens het snorkelen.

Onder water gaat de schoonheid verder, zo ontdekken we met een snorkel en zwemvest. Dat vest is niet zozeer voor onze veiligheid, als wel om ervoor te zorgen dat we niet per ongeluk tegen het koraal aan slipperen. Dat groeit hier namelijk al op een meter diep. Geel met zwarte visjes knabbelen ongestoord van het zeewier dat de rotsen bekleedt, terwijl paarsblauwe vissen, zo groot, rond en plat als pizza’s, schuchter wegzwemmen als we dichterbij komen. Bundels zonlicht doen het hersenkoraal in het ondiepe schitteren. Een lome zeeschildpad zwemt kalmpjes voorbij. En dan slaat ons hart over: van links schiet een limoenhaai op ons af, met gemeen ogende tanden en ogen. Maar zo snel als-ie kwam, verdwijnt-ie ook weer. Ons met een hartslag van 210 achterlatend.

We kunnen de dolfijnen bijna aanraken.

We kunnen de dolfijnen bijna aanraken.

Als we even later met een boot vanaf deze wonderbaarlijke baai terugvaren naar de haven, worden we geëscorteerd door duikelende dolfijnen. Die zien het als uitdaging om minstens zo snel als wij te gaan, en dat op een afstand van luttele centimeters van de boot. De wateren van Brazilië zijn een genot. En niet alleen in maart.

Praktische informatie
Fernando de Noronha – Overnachten kan in pousada’s, pensions, voor ongeveer € 70 per nacht per kamer. Wij overnachtten in bungalowresort Teju-acu voor € 310 p/n. Bij aankomst op de luchthaven betaal je €15 ecotax en €40 entree voor het nationaal park. Amazone – Wij overnachtten in het Ecopark Jungle Lodge, voor € 85 p/n. Bungalows hebben warm water en airco.
Meer informatie? Kijk op VisitBrasil.com.

Lees meer reisverhalen op Wideoyster.nl

 

Ga met ons mee op reis
Wil je de mooiste reisverhalen ontvangen van de beste reisjournalisten -en fotografen? Schrijf je dan nu in.