0%

Västmanland: Land van ijs(jes) en vuur

Een episch jongensavontuur in Zweden

11

Voor wie van uitgestrekte bossen, vuurtjes stoken, zwemmen in meren, het boerenleven en een rijke geschiedenis houdt, is Västmanland dé plek om in het achterhoofd te houden voor een volgende reis. Marco Barneveld ging met zijn drie zonen op avontuur in dit heerlijk gemoedelijke stukje Zweden en ontdekte en passant dat hier de wieg van onze Gouden Eeuw lag.

Tekst en beeld: Marco Barneveld

De kooltjes kleuren roodgloeiend. Met een dikke handschoen aan houden we een dunne ijzeren staaf in de bijna witte vlammen boven het vuur. Bhodin (9) houdt zijn arm gestrekt. “Wow pappa, dat is heet,” puft hij. En gelijk heeft ie. Wanneer je te dicht bij het vuur komt, verschroeien de haartjes op mijn armen. “Nu mag je hem er wel uithalen hoor,” zegt Jussi Hynynen, de smid die ons les geeft in ouderwets ijzersmeden. “Het ijzer is hoog oranje. Nu is het makkelijk smeedbaar.” Bhodin, Bosse (7), Owen (13) en ik (Marco, 45) halen onze ijzeren staven uit het vuur. Met een hamer slaan we op het uiteinde van de staaf, en nog een keer, en nog keer. Doffe dreunen op het gloeiende metaal, de vonken spatten eraf, tot er een punt ontstaat. “Stop met smeden tot het ijzer niet meer oranje is,” legt Jussi uit. “Bij smeden op te lage temperaturen, sla je spanning in het metaal. Als je het ijzer dan hardt, door het snel in koud water onder te dompelen, kan het kromtrekken of scheuren. Hou je staaf weer even in het vuur tot hij weer diep oranje is, dan kun je weer verder met smeden.”

IJzer smeden is zwaar werk

IJzer smeden is zwaar werk

We bevinden ons in de smidse in de tuin van Jussi, ongeveer 5 kilometer van Kungsör, in het zuiden van de midden-Zweedse provincie Västmanlands län op ongeveer anderhalf uur rijden van de Zweedse hoofdstad Stockholm. Ik heb voor deze regio in Zweden gekozen omdat het dé plek is om een echte jongensdroomvakantie te vieren. En dat is precies wat ik met mijn drie zoontjes aan het doen ben. Naald- en loofbomen wuiven zachtjes in de wind. De zon zet Jussi’s typisch rode Zweedse landhuis vol in het licht. Een idyllische plek.

Kom maar door met dat ijzer, dan smeden we het wel eventjes

Kom maar door met dat ijzer, dan smeden we het wel eventjes

Sowieso is de hele provincie Västmanland een prachtig stukje Zweden. Een en al bos met her en der verspreid door het land van die rode, houten landhuizen waar ook Jussi in woont. Honderd jaar geleden, zag het er hier compleet anders uit. Toen leek Västmanland op een maanlandschap met her en der de rokende schoorstenen van hoogovens. Daar verdwenen alle bomen in. IJzersmeden leren in Västmanland is eigenlijk heel logisch, omdat de provincie vroeger het episch centrum was van een gebied dat Bergslagen werd genoemd. Omdat er hier veel mijnbouw was, golden er andere wetten om conflicten tussen landbouw en mijnbouw te voorkomen. Hier gold ‘de wet van de berg’, wat zich in het Zweeds in Bergslagen vertaalt.

Die mijnbouw begon zo rond de 10de eeuw. In Bergslagen zijn tegenwoordig nog maar zeven mijnen in productie, maar in het verleden zijn er een paar duizend geweest. Er werd voornamelijk ijzer, mangaan, koper, zilver, lood en zink geproduceerd, maar ook kobalt, nikkel, goud, seleen, bismut, antimoon, cerium, molybdeen, wolfram en kwikzilver. De grond zat vol rijkdommen.

Typisch Zweedse boerderijen

Typisch Zweedse boerderijen

Maar ijzer voerde de boventoon. Want wat heb je nodig voor ijzerwinning? Een rivier voor energieopwekking, erts in de grond en bossen voor hout om de vuren op te stoken. Västmanland heeft het allemaal. En in overvloed.

In de 17de eeuw begonnen eigenaren van landgoederen in Bergslagen met ijzersmelterijen. Georganiseerde immigratie van Waalse en Duitse ijzersmelters droeg bij tot de verbetering van de Zweedse ijzerindustrie. IJzer werd door handelaren in heel Europa verkocht. En wie waren de grootste handelaren van Europa in die tijd? Juist, de Nederlanders.

Västmanland heeft ongelofelijk veel prachtige meren

Västmanland heeft ongelofelijk veel prachtige meren

Je mag stellen dat onze eigen Gouden Eeuw haar basis heeft in deze contreien. Want handelaren als De Geer, Trip en Mommas, tevens de rijkste families in de Gouden Eeuw, reorganiseerden de Zweedse ijzerindustrie. IJzer werd voor veel dingen gebruikt, maar vooral voor wapens: kanonnen, handvuurwapens, zwaarden, degens, pieken en hellebaarden. En met wapens had je macht.

Een historicus beweert zelfs dat de kolonisatie van Azië en Amerika door de Nederlandse en Engelse handelscompagnieën alleen mogelijk was dankzij een handjevol Zweedse kanonnengieterijen. En die waren op een bepaald moment bijna allemaal in handen van de familie De Geer, een van de grootse wapenhandelaren van de 17de eeuw.

De prachtige bossen van Västmanland

Door de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) was de koning van Zweden in financiële problemen gekomen. De Republiek en De Geer leenden grote bedragen aan het Zweedse koningshuis in ruil voor allerlei privileges. De Geer werd op die manier grootgrondbezitter in Zweden en kreeg de hele productieketen, van ijzererts tot eindproduct, in handen. Het hout waarop zijn ovens brandden, was afkomstig uit zijn eigen bossen. Hij ontleende energie aan de waterkracht van zijn eigen beken. Hij liet vaklui komen uit Holland, blikslagers uit Wallonië en vertinners uit Duitsland. En hij begon als een malle kanonnen en ander wapentuig te produceren.

Met een nogal handig trucje verdiende hij nog meer aan het vechtlustige Zweedse koningshuis. Want hij verkocht al die door hemzelf in Zweden gemaakte kanonnen in Amsterdam. In Amsterdam werden de spullen vervolgens op de wapenmarkt aan de opkopers van het Zweedse leger aangeboden en met royale winstmarges van de hand gedaan. In de laatste 24 jaar van de Dertigjarige Oorlog, van 1624 tot 1648, leverde De Geer op die manier voor vele miljoenen florijnen aan koning Gustaaf Adolf. En de Nederlandse VOC roofde gesterkt door die kanonnen van ijzer uit Västmanland de hele wereld leeg.

Het landgoed Färna Herrgård was ooit eigendom Abraham Mommas

Het landgoed Färna Herrgård was ooit eigendom Abraham Mommas

Statig ligt het immense landhuis Färna Herrgård tussen de bossen van Skinnskatteberg. Ooit was dit monument uit de ijzerindustrie eigendom van, jawel, de Nederlander Abraham Mommas, die hier net als De Geer in ijzer en teer handelde. Tegenwoordig zijn het landhuis en de bijgebouwen een prachtig en zeer sjiek hotel waarbij de klassiek ingerichte kamers de rijkdom en weelde van vroeger uitstralen op een eigentijdse manier. Het is op deze plek dat de huidige koning van Zweden, wanneer het jachtseizoen daar is, komt logeren tussen zijn jachtpartijen op elanden door. “Wow, pappa. Proef dit eens,” roept Bosse terwijl hij zijn flesje rabarberlimonade aan me geeft. Zo, da’s lekker. “Het komt van rabarber van onze eigen landerijen,” vertelt de serveerster van het restaurant van Färna Herrgård. “We maken er ook ons eigen ijs mee.” “Pappa, mogen we zo een ijsje!” roepen de mannen in koor.

Ik heb nog nooit zoveel vruchten in het wild gezien als in Västmanland

Niet veel later wandelen we door die landerijen. Naast de velden met rabarber, puilt het bos uit van de frambozen, wilde aardbeien, blauwe bessen en wilde kersenbomen. Er mag dan vroeger rijkdom in de grond hebben gezeten, tegenwoordig groeit en bloeit de natuurlijke rijkdom overal waar je kijkt. Hoog boven ons vliegt een visarend, het water van het meer achter Färna Herrgård glinstert in de zomerzon. Krekels zingen hun lied. In het veld vinden we ineens een mausoleum van een van de vroegere eigenaren van het landgoed. Het mausoleum is heel toepasselijk opgebouwd uit turquoise en blauw getinte slakken, het restproduct van de ijzerproductie. En er zijn meer aanwijzingen van het ijzerverleden van Färna Herrgård. Over het terrein loopt een honderden meters lange houten buis. Daardoor stroomt het water van het ene naar het andere meer en creëert nog steeds energie. Zo’n 500 kilowatt. Genoeg voor vijfhonderd huishoudens. Färna Herrgård haalt haar eigen energie hieruit, de rest wordt verkocht aan het energiebedrijf. De buizen liggen er al sinds het begin van de vorige eeuw toen de fabrieken de energie nodig hadden en werken nog steeds. Toch een soort gevonden geld.

Fallängetorp is een werkende boerderij waar je echt mee kan helpen

Fallängetorp is een werkende boerderij waar je echt mee kan helpen

Ook de bossen zijn een soort van gevonden geld. We zitten op een kar die achter de Volvo-trekker van boer Per Barrsäter hangt. Per runt samen met zijn familie Fallängetorp farm, een prachtig boerenbedrijf met landerijen. Hier kun je logeren, buitenactiviteiten doen en meedraaien met de dagelijkse werkzaamheden van de boerderij. Iets wat de jongens echt geweldig vinden. We rollen door de dichte bossen. Ineens komen we op een groot leeg stuk waar wat kleine aangroei staat, met een enkele grote boom. “Is hier brand geweest?” vraag ik aan Per. “Nee hoor,” lacht hij. “Dit hebben we verleden jaar gekapt. Dat is nodig om het bos gezond te houden en de verkoop van het hout is een prettige financiële bijkomstigheid.” Maar waarom staan er dan nog een paar grote? “Die paar bomen laten we met opzet staan. Die zorgen ervoor dat het bos op natuurlijke wijze weer aangroeit.” Kijk, weer wat geleerd.

Een hotelkamer bij Kolarbyn Eco Lodge

Een hotelkamer bij Kolarbyn Eco Lodge

De volgende middag verruilen we de boerderij Fallängetorp voor Kolarbyn Eco Lodge. Een soort paradijs voor kinderen die echt een willen zijn met de natuur. “Wow, gaan we daar slapen,” zegt Owen en wijst naar een soort plaggenhut. En dat zijn deze houtskoolmakershuisjes eigenlijk ook. Een paar planken, bestreken met teer en bedekt met aarde waar planten opgroeien. Effectief tegen kou en regen. Met een klein vuurtje erin en twee bedden bedekt met stapels wollige schapenhuiden. Knusser dan knus. Precies wat de houtskoolmakers nodig hadden. Want weg konden ze niet.

Zo bouw je een houtskoolmijn

Zo bouw je een houtskoolmijn

Houtskool, veel houtskool, was nodig voor de alom aanwezige ijzerindustrie. En de houtskoolmakers voorzagen in die behoefte. In het midden van de open plaats wanneer je Kolarbyn binnenkomt, staat een grote stapel tegen elkaar gestapelde boomstammen. De grondstof voor houtskool. “Men bedekte het hout met turf en aarde,” vertelt Malin Bruce, eigenaresse van Kolarbyn. “Dan stak men het hout vanaf de bovenkant in het middelpunt aan. De kunst is om het hout heel langzaam te laten smeulen en niet te laten branden,” weet Malin. “Daarom moesten de houtskoolmakers dicht bij het smeulende hout blijven. Naar huis gaan was geen optie, dus bouwden ze deze huisjes en woonden gedurende het seizoen in het bos.”

In Kolarbyn leef je echt zoals ze honderd jaar geleden ook hier geleefd moeten hebben. Geen elektriciteit, geen stromend water. Nou ja, stromend water in de beek dan. Koken doe je op je eigen vuur dat je zelf maakt. De afwas doe je in de beek. Water komt uit de waterput. Het toilet is een houten huisje in het bos. Je behoefte doe je in een gat en dat bedek je met aarde zodat er geen geur is en de uitwerpselen direct composteren. Ik ben op veel zogenaamde eco lodges geweest, maar dit is eco in haar meest pure vorm.

Koken op je eigen vuur

Koken op je eigen vuur

Pure luxe is de drijvende sauna van Kolarbyn. Een grote houten ton die op een ponton in het meer drijft. Je stookt hem op met hout. “Mag ik nog een blok erop gooien?” vraagt Owen. De thermometer wijst inmiddels 110 graden aan en de hoofdjes van mijn jongens zijn al flink rood aan het worden van de hitte. Maar, we doen een wedstrijd wie het langste in de hitte kan blijven zitten en dus is het goed. Het deurtje van de oven gaat open en ik gooi nog een fikse scheut water over de kolen van de kachel. “Aaargh,” roepen Owen en Bhodin in koor en sprinten de sauna uit om met een plons het verfrissende water in te duiken. “Ik heb gewonnen,” kirt Bosse.

Afkoelen in het meer na het sauna zitten

Afkoelen in het meer na het sauna zitten

De ijzeren staaf waar we mee begonnen, lijkt in niets meer op het ruwe materiaal waar we mee begonnen. Dankzij een continu proces van verhitten, smeden, verhitten en weer smeden is de staaf nu een haak geworden. Nog een keer maken we het geheel roodgloeiend. “En nu in een keer onderdompelen in het water,” zegt Jussi. “Dan wordt het ijzer gehard.” De gezichten van de jongens lichten oranje op bij het schijnsel van de withete kolen. Zweetdruppels lopen langs hun slapen. “Pappa, mogen we straks nog een ijsje?” Dat mag.

De Barneveld mannen poseren nonchalant op de steiger

De Barneveld mannen poseren nonchalant op de steiger

Meer informatie

Fallängetorp: Op deze werkende boerderij kun je heerlijk logeren en genieten van het platteland van Västmanland. Aangepast voor invaliden, is het ook de ideale plek voor mensen met een handicap.

Färna Herrgård: Het landhuis waar ook de koning van Zweden graag logeert. Midden op een prachtig landgoed waar je goed kunt wandelen. Er is tevens een uitstekende wellness waar je de Zweedse massage zeker moet proberen. www.farnaherrgard.se

Kolarbyn Eco Lodge: De puurste eco lodge ooit. Terug naar de basis in een geweldige omgeving. Overigens heeft Kolarbyn een pakket samengesteld samen met Färna Herrgård waarbij je eerst in het wild gaat leven en daarna ultra luxe kunt bijkomen. Een aanrader.

Jussis Järnsmide: IJzersmeden met Jussi is erg leuk en leerzaam. Een aanrader met kinderen.

De Wilde Outdoor: Wanneer je echt op avontuur wil zoals All Terrain Plane vliegen of gaan vissen vanuit een kajak, dan ben je bij de van Oorsprong Nederlandse familie De Wilde aan het goede adres.

Kungsörtorp: Niet in het verhaal, wel een erg mooi hotel met geweldig landgoed in de regio. Om de hoek bij Jussi de ijzersmid.

Lees meer reisverhalen op Wideoyster.

 

Ga met ons mee op reis
Wil je de mooiste reisverhalen ontvangen van de beste reisjournalisten -en fotografen? Schrijf je dan nu in.