0%

Wintersurvival in Jämtland

IJskoud Zweden

4

 Jan-Henk Zandberg stort zich in de Zweedse provincie Jämtland in de sneeuwwildernis om daar vol enthousiasme wintersurvivalactiviteiten te ondernemen, zoals ijsklimmen, bijlwerpen, grotkruipen en ja, buiten slapen bij minus 25. De gids: ‘Je lichaam is erop gebouwd.’

Tekst: Jan-Henk Zandberg

Zo voelt het dus om compleet door een lawine te zijn ingesloten, of eigenlijk: om levend begraven te zijn. Alleen ben ik nu niet omringd door sneeuw, of aarde, maar door steen, oersteen. In de Zweedse wintersportprovincie Jämtland blijkt het kennelijk niet voldoende om uitsluitend van bergen af te skiën, maar willen ze er ook per se doorheen klauteren. “Man, met vrienden heb ik weleens caving-tocht van vier dagen achter elkaar gemaakt”, galmt gids Peter Askulv dertig centimeter achter mij. “Caving is de nachtmerrie van elke reddingsploeg”, vervolgt hij jolig in het aardedonker, diep in de massieve buik van het gebergte. “Je van een piste afplukken is zó gemakkelijk: dan sturen ze een helikopter. Hier doen ze er net zo lang over als jij, om je te halen. Dus eh, voorzichtig, hè. Probeer vooral niets te breken. Dan lig je hier zo lang…” Ik kan hem niet zien in deze natuurlijke tunnel, maar ik weet zeker dat Peter malicieus en breeduit grijnst naar de zwetende journalist uit Holland.

Jämtland heeft van die knusse houten huisjes.

Jämtland heeft van die knusse houten huisjes.

Een uurtje later bereik ik na panisch gewurm en gewring welkom daglicht. Het voelt letterlijk als een wedergeboorte. Echter, de wintersportlat kan hier in Mid-Zweden nog hoger. Wat bijvoorbeeld te denken van Ijsklimmen (gaan we later in het artikel nog uitgebreid doen), of met een ziplijn ravijnen oversteken (die lieten we toch maar even schieten), of – minder intensief en thrillseekerig – ijsvissen, het behoort allemaal tot het enerverende curriculum van de winterse buitensport-activiteiten in dit oudste skigebied ter wereld, vlakbij de Noorse grens. Meest prominent op de bikkelindex prijkt echter de outdoor survival, die geboekt kan worden bij de Outdoor Academy Sweden. Inderdaad, een heuse Academie, want overleven is hier niets minder dan een wetenschap. “Als je niet goed bent voorbereid, kon je weleens doodgaan. Zo simpel is het”, zo kondigt expeditieleider Daniel Brånby vanmiddag droogjes aan. De blonde dertiger ziet er overigens uit als was hij een volgroeide versie van de Scandinavische jeugdheld Emiel, uit de gelijknamige jaren zeventig televisieserie (“Emiel!!!”). Beroepshalve bestiert Daniel ook nog een firma in (hak)bijlen. Dodelijk gereedschap waar we later natuurlijk mee gaan werpen op een buitenmodel dartboard. Tja. De hele regio lijkt gespecialiseerd in dolle hooligan-activiteiten met een militaire component.

We sjouwen met volledige bepakking.

We sjouwen met volledige bepakking.

Neem nu onze veldtocht door de arctische wildernis, alwaar overigens het allerlaatste ontvangstbalkje op de smartphone gaat knipperen om daarna langzaam te verdwijnen. No Signal. Voor wie ertegen kan: Jämtland is een twitter-vrije zone. De uitgereikte survivalkleding (van het topmerk Lundhags) is saillant legergroen, we sjouwen bovendien op marstempo met volledige bepakking (daarin: een tent, slaapzak, gasbrander, voedsel en hoofdlampje) en ja, een van ons groepje van tien deelnemers is de sjaak, want hij mag de grote slee met de groepstent voorttrekken. Dat blijkt vooral heuvelop een calorie-burner. Alles doet – in elk geval voor de gemiddelde mannelijke 35-plusser – verdacht veel denken aan Hare Majesteits Dienstplicht. Edoch, in een aangename en nuttige variant. Ik beweeg me vanzelfsprekend voort op sneeuwschoenen, anders zak ik zo tot je oksels in een seizoen sneeuwval. Aldus Daniel. Dit gebied is namelijk van Sinterklaas tot Pasen bijna sneeuwzekerder dan Mount Everest. Vraag: waarom zou je in deze moderne tijd van gemotoriseerd vervoer (lees: de sneeuwscooter) uren door de sneeuw moeten ploegen om je plaats van bivak te bereiken? Nou, omdat tijdens zo’n queeste je lichaam opeens een lightversie van het gelukshormoon serotonine aanmaakt en zo’n ijzige mars een acute band smeedt met mede-survivalers, zoals die fraaie Vlaamse, die MacGyver-achtige landgenoot, die hilarische gay uit Londen en die Oekraïner met een schuilkelder-voorraad aan zelfgestookte drank.

Woef.

Woef.

En dan heb ik het gruwelijke terra-cliché van je-bent-een-met-de-natuur nog niet eens uitgeserveerd. Toch is het zo. De rode bloedlichaampjes gaan in de polonaise van alle zuivere lucht, de reflectie van de sneeuw is een instant lichttherapie en falanxen van dennenbomen kondigen weer zo’n imponerend woud aan. Onderdeel van diezelfde natuur zijn wolven (al zijn signaleringen schaars) en heuse beren, die hier zwaarder worden bewaakt dan Geert Wilders. Daniel: “Als je hier een dronken automobilist doorbelt bij de politie, zeggen ze: ‘helaas, daar hebben we geen mankracht voor.’ Als je per ongeluk een beer neerschiet, hangen er hier zo drie helikopters met zoeklampen boven je hoofd. Neuh, geen geintje.” Overigens schijnt het met de terminale agressie van de beren zelf mee te vallen. Een recente mare, weet Daniel, wil dat een ventje van tien jaar onlangs slechts een corrigerend schrammetje opliep bij een confrontatie. Een uurtje nadat we tegen het einde van de middag op het bivak komen, beheerst het olijke rood van onze professionele Hilleberg-tenten opeens het landschap. Fijn gevoel, zo’n eigen nederzetting. Een tentje oprichten in de sneeuw is overigens verbazend gemakkelijk. Haringen die begraaf je bijvoorbeeld overdwars in de sneeuw en dan zitten ze retestrak.

Uiteindelijk is het best knus is de tent.

Uiteindelijk is het best knus is de tent.

Om mijzelf nog gerieflijker te accommoderen, graaf ik in het voorportaal van de tent (tip van Daniel) een soortement leefkuil in de sneeuw. Uh, ik kan er zelfs in staan. Inmiddels zit ons team in de community-tent half verdoofd van de koude te staren naar de smeltende sneeuw in onze kookpannetjes. Een homp kaas, wat macaroni en een poedersausje erbij, leveren opeens een goddelijk maal op. Als er overigens infra-rood-beelden van onze lichamen gemaakt waren, zou je ze langzaam na elke hap van lichtblauw, naar geel, naar oranje en rood zien verschieten. “Ons lijf is nog steeds gebouwd op dit soort omstandigheden, hoor”, verzekert Daniel. Daar twijfel ik toch aan, de volgende ochtend. Mijn hele leven leek vannacht namelijk teruggebracht tot een ultieme essentie: warm blijven, warm blijven en warm blijven. Dat is slechts gedeeltelijk gelukt. Mijn neus is – sorry, voor de onsmakelijkheid – per vastgevroren snotpegel verbonden met mijn slaapzak, mijn voeten hebben de temperatuur van een gemiddelde Nederlandse herfst en dan ben ik gisteravond bovendien Daniel’s cruciale tip om mijn kleren en boots in m’n slaapzak te integreren vergeten. Daarom liggen ze nu stijfgevroren naast me.  Stalingrad 1943? U zegt het. Grote voordeel van deze survivaltrip? Verbroedering, je verliest zo drie kilo en ja, je wordt er mentaal sterker van. Bovendien: utiliteiten, die je voorheen voor lief nam, ga je opeens sterk herwaarderen.

Kopje thee iemand?

Kopje thee iemand?

Zoals de hottub met de jets op standje tsnunami in het gigantische spa-complex in het ski-oord Åre, waar ik nu de gehele wasstraat doorjakker om me zestien uurtjes verderop in de Zweedse poolwinter weer te melden bij het ijsklimmen. Hij heeft de looks, het aura en het charisma van Tom Cruise (periode Days of Thunder), maar het is toch echt outdoor-wonderboy Magnus Brogren, die aan de voet van een bevroren waterval onze gear uitdeelt: ijshamertjes en een speciale skischoen-beugel met een ijspriem bij de tenen. U kunt nu vast wel visualiseren, hoe je precies naar boven klautert (Ja, met bruut geweld). Voor zover Magnus kan nagaan, heeft zich in deze relatief jonge sport nooit een dodelijk ongeval voorgedaan. “Je moet alleen oppassen dat je geen ijssplinters, die loskomen bij het hakken, in je gezicht en ogen komen”, zegt hij, waarop Magnus vervolgens adviseert om de zonnebril maar op te laten. Ijsklimmen blijkt een episch gevecht tegen spierverzuring en de zwaartekracht. Ik moet als een soort Woody Woodpecker op anabolen zo snel mogelijk met mijn duo hamertjes gaatjes in de ijswand bikken, om mezelf vast te zetten en weer op te trekken, voordat mijn ijzeren schoenpunten wegglijden.

IJsklimmen is best zwaar. Zeker voor Jan-Henk.

IJsklimmen is best zwaar. Zeker voor Jan-Henk.

En dat zo’n twintig keer, eer je boven bent. Hak je niet hard genoeg, dan hang je opeens half levenloos tegen de rotswand als een geplette vlieg tegen een autobumper. Gênant. Zeker als medecursisten meeloeren. Maar jeuh, ik red het. Redelijk relaxed ook nog. Als ik op de top van de waterval sta en de regio Jämtland overzie, kan ik niets anders concluderen dat ik het gebied heb bedwóngen, per mijnlamp, per skischoen en per pikhouweel. Mentaal ben ik zeker een meter gegroeid. Meent ook de Outdoor Academy Sweden, die bij het afscheidsdiner heuse diploma’s uitreikt en biertjes uitdeelt met zelfgemaakte etiketten met daarop: ‘You deserve a beer’. Zo is het maar net. Skol!

Jämtland & Åre praktisch

De provincie Jämtland is zo’n 50.000 vierkante kilometer groot, oftewel: iets groter dan Nederland. De hoofdstad is Östersund, dat zo’n 60.000 inwoners heeft. De regio in midden Zweden kent een kleine twintig skiresorts, waarbij dat van het dorp Åre met afstand de grootste is. Sterker nog: Åre is het grootste skigebied in Europa ten noorden van de Alpen. Vanuit het centrum loopt een schattig kabeltreintje naar de liften en pistes. Åre kent een bruisend, zij het duur (een pilsje kost acht euro), nachtleven. Skiën wordt in Jämtland meestal gecombineerd met andere funsporten zoals bijvoorbeeld hiken, ijsklimmen en paragliden. Sledehondentochten of (meerdaagse) tours met snowscooters zijn tevens mogelijk. Jämtland ligt op zo’n 2000 kilometer van Utrecht en valt prima aan te vliegen via Östersund Airport of Trondheim, net over de grens. Er zijn overigens plannen voor charters tussen Östersund en Schiphol. Meer info? Check www.visitsweden.com.

Lees meer reisverhalen op Wideoyster.nl

 

 

 

 

 

Ga met ons mee op reis
Wil je de mooiste reisverhalen ontvangen van de beste reisjournalisten -en fotografen? Schrijf je dan nu in.